Behandeling

Het is van groot belang dat een aneurysma op tijd wordt ontdekt en operatief wordt behandeld door een vaatchirurg. Aan de hand van de lichamelijke conditie en de leeftijd van de patiënt wordt afgewogen of de patiënt überhaupt geopereerd wordt. Er kan namelijk veel bloed verloren gaan gedurende de operatie. Daarnaast krijgen de nieren en het hart het zwaar te voorduren tijdens de operatie. Daarom wordt zorgvuldig afgewogen of de kans op een scheuring van de slagader opweegt tegen de risico’s van een operatie.

In het geval dat de vaatchirurg beslist het wel te opereren, wordt er een vaatprothese geplaatst op de plaats waar het aneurysma zit. De slagader wordt eerst aan beide kanten afgeklemd. Vervolgens wordt het aneurysma opengeknipt en het bloedstolsel eruit gehaald. Hierna wordt de vaatprothese geplaatst en aan de twee uiteindes van de slagader gehecht. De vaatwand die nog van het aneurysma overblijft, wordt om de vaatprothese heen gelegd.

Naast de mogelijkheid om een vaatprothese te plaatsen, is er een nieuwere techniek voor het opereren van een aneurysma in de aorta. Bij deze techniek wordt via de lies een zogenaamde endoprothese geschoven door de liesslagaders tot het aneurysma. Deze prothese is vergelijkbaar met een vaatprothese, maar zitten hier nog zogenaamde stents, een soort metalen veren, aan wat zorgt voor de verankering tegen de vaatwand van het bloedvat.

Deze operatietechniek is minder ingrijpend waardoor de herstelperiode voor de patiënt korter is. Echter kan deze techniek alleen toegepast worden als er voldoende ruimte is in de slagader voor het verankeren van de endoprothese.