Opleiding tot vaatchirurg

De opleiding tot vaatchirurg duurt in totaal zes jaar. In de eerste vijf jaar wordt de student opgeleid tot algemeen chirurg. De student doorloopt diverse stages in verschillende vakgebieden. Voor de Spoedeisende Hulp en de Intensive Care is er een aparte stage. In het laatste jaar van de opleiding gaat men zich specialiseren op het deelgebied vaatchirurgie van de Heelkunde, wat valt onder de snijdende specialismen. Wanneer de student zich na de opleiding nog verder wil specialiseren, kan men een zogenaamde fellowship volgen. Hierin kan men zich in één of twee jaar tijd nog specifieker ontwikkelen.

Vaak wordt gedacht dat chirurgen enkel operaties uitvoeren, maar dit is echter niet zo. Voor een chirurg komt er meer bij kijken, zoals de diagnostiek, de preoperatieve evaluatie, de postoperatieve zorg en de follow-up. Qua verloning en beloning werken chirurgen vaak vanuit een maatschap. Soms zijn chirurgen in dienst via een flexibele constructie, zoals een payroll constructie. Een offerte hiervoor is snel aangevraagd.

Er zijn een aantal eigenschappen waarover een chirurg moet beschikken om het beroep succesvol uit te kunnen voeren. Zo moet een chirurg over een goede handvaardigheid beschikken. Ook moet een chirurg stressbestendig zijn. Men heeft vaak een grote verantwoordelijkheid en de verwachtingen van een chirurg zijn vaak groot. Met deze druk moet een chirurg goed om kunnen gaan gedurende zijn werkzaamheden. Een chirurg moet snel en op het juiste moment beslissingen kunnen nemen en het overzicht houden. Ook moet men goed kunnen samenwerken, met payroll en zonder, en rekening kunnen houden met zijn sterkten en zwakten.